Op 29 juni – 30 juni – 1 juli 2004 speelde TGBG

Kroniek van een aangekondigde dood

naar het boek van Gabriel García Márquez

Op de dag dat ze hem zouden doden, stond Santiago Nasar om 5 uur 30 s morgens op om de komst van de boot, waarmee de bisschop zou arriveren, af te wachten.

Zo begint de roman van Gabriel García Márquez over een bloedwraak waarvan alle dorpsbewoners van tevoren op de hoogte zijn. Dat heeft de TGBG bewerkt tot multimediale theaterproductie. Over de magie van het lot en de medeplichtigheid van een heel dorp.

De TGBG van 2004 bestond uit

Sara Polak (regie)
Het allerbelangrijkste wapenfeit op mijn cv is dat ik geen Beta-Gamma ben. Ik wacht namelijk met spanning op de uitvinding van de Alpha-Beta-Gamma-propedeuse. In de tussentijd ben ik op mijn achttiende wiskunde gaan studeren, op mijn negentiende Engels, en hoop rond mijn drie- of vierentwintigste met psychologie te beginnen. Tot die tijd zit ik in het begrafeniswezen.Verder kan ik absoluut niet acteren, en dat is eigenlijk ook van oorsprong mijn motivatie geweest om te gaan regisseren. Het zit zo: Al mijn hele leven heb ik erg graag willen kunnen tekenen, maar hoewel ik altijd overliep van de briljante ideeen voor wereldschokkende kunstwerken, maakten mijn handen er consequent een potje van. Bij toneelregie kan ik wel al mijn geniale visies uitleven, maar hoef ik fysiek niet echt iets te presteren. En het is zo heerlijk om me overal mee te mogen bemoeien.Mijn regiecarriere is begonnen aan Cambridge University (waar ik drie jaar gestudeerd heb), dat als voordeel heeft dat het een tamelijk poenige instelling is, zodat er veel geld is voor cultureel verantwoorde buitenschoolse activiteiten als toneel. Mijn college (dat is een soort minicampusje) had zijn eigen theater en ik zat al op jonge leeftijd in de beheer- en selectie-commissie daarvan. Kort daarna ben ik gaan regisseren onder andere stukken van Yeats die niemand ooit doet omdat ze onbegrijpelijk zijn, en zelfgeknutselde bewerkingen van korte verhalen. In Engeland deed ik dat samen met een vriendin, en alles wat er aan Kronieken van een aangekondigde dood niet perfect is, komt doordat zij daar gebleven is.
Eveline Boeker
Op de planken heb ik altijd al gestaan en willen staan, het geeft gewoon een geweldig gevoel. Op mijn 5e jaar deed ik al mee aan een playbackshow op mijn basisschool, de Hogewegschool, waar ik in de kleren van mijn zus en met krullen in mijn haar Whitney Houston nadeed met I wanna dance with somebody. Geen prijs helaas. Op dezelfde school schitterde ik in onze eindmusical Windkracht acht, hierin speelde ik verscheidene rollen, van lerares tot schoolmeisje.Toen was het tijd om naar de middelbare school te gaan, het Amstellyceum. Tot mijn grote vreugde had men daar Cultuur en Sportdagen aan het einde van het jaar. Daar hoorden ook toneelstukken bij, in een en twee VWO hadden we daarvoor eigen toneelstukjes geschreven. Beide keren wonnen wij overweldigend de eerste prijs op het onderdeel toneel. De meest briljante was nog wel het groene kikkertje in de twee VWO, hierin speelde ik het domme hulpje van de politieagent en struikelde over lijken en morste met de ketchup. In vijf VWO kregen we nog wel de kans om voor een project een film te maken: Ketchup. Hierin speelde ik Lotje, het roze brave schoolmeisje die niet zo braaf bleek te zijn; een wolf in schaapskleren. Lotje ging een affaire aan met haar wiskunde-A leraar en vermoordde in een wolfspak haar klasgenootjes. Ik heb ook nog in een ware Shakespeare-compilatie gespeeld als Beatrice.Tijdens mijn Beta-Gamma-propedeuse heb ik niets aan toneel gedaan, maar dat begon ik tijdens mijn eerste jaar geneeskunde wel te missen. Ik deed een cursus bij CREA, maar dat beviel niet zo, want er was geen opvoering. Op een gegeven moment kwam ik tot mijn grote vreugde Matthijs tegen op een feestje, en die vertelde me over de betagamma-toneelgroep. Ik kwam kijken en het was liefde op het eerste gezicht, dus nu: een Kroniek van een aangekondigde dood.
Merel Willemsen
De basis voor mijn acteercarrière werd al vroeg gelegd op de zolder van mijn oma. Tijdens familiedagen werd het grote mensen gepraat ons al snel te veel, en trokken wij ons terug op de zolder om onze creativiteit tot uiting te brengen. Het gevolg was een briljante soap over Mevrouw Braakgaag, een onaangename dame die met enige regelmaat door speelgoedvrachtwagens en andere projectielen aan haar einde kwam. De afleveringen werden iedere familiedag op de zolder ten tonele gebracht voor een publiek van hijgende ouders, ooms en tantes die zich om beurten de drie trappen op hadden gesleept. Rond mijn vijfde levensjaar zette ik de volgende stap, en deed ik mee aan een professionele uitvoering van het kerstspel, waar ik vol trots de rol van ‘Maria 2’ vertolkte. Iedere Maria deed een scène. Na dit grote succes besloten mijn ouders mij naar een school te sturen waar mijn creativiteit goed tot bloei kon komen. Hier stond ik van mijn zesde tot mijn elfde regelmatig op het podium tijdens de weeksluiting, waar dingen werden opgevoerd als hardop tellen en tegelijkertijd de tafels van twee en drie aangeven door respectievelijk te klappen of te stampen. Ook werd er ieder jaar een toneelstuk ingestudeerd, waarin ik onder andere de personages van ‘vos’ en ‘oud vrouwtje’ heb neergezet.Hierna vervolgde ik mijn carrière op de middelbare school, waar ik aan drie theaterproducties heb meegedaan. In de productie van de brugklas leefde ik mij in in het karakter van een sektelid. In de derde klas was ik verantwoordelijk voor verscheidene rollen in een theaterversie van ‘Kleine Sofie en Lange Wapper’, waaronder ‘kat’, ‘mismaakt kind’ en ‘menigte’. Mijn laatste acteerprestatie in schoolverband vond plaats in de vijfde klas, waarin ik een headbangende kraker en een dame van lichte zeden op de planken zette.Eenmaal van school volgde een periode van grote onzekerheid betreffende het voortzetten van mijn carrière. Aan deze twijfel en onduidelijkheid kwam een einde tijdens het Bèta-Gamma Lustrum anno 2002, waar ik voor het eerst deel uitmaakte van de Toneelgroep Bèta-Gamma. Op dit lustrum lieten wij het publiek zien hoe de bijbelgeschiedenis van de wetenschap precies verlopen is.Dit veelbewogen toneelverleden heeft mij gebracht waar ik nu ben. Een nieuwe productie van eigen hand van de Toneelgroep Bèta-Gamma. Hoewel er in loop van de tijd tot onze grote droefenis mensen de groep hebben verlaten, zijn ook dit jaar onze gelederen eveneens versterkt door nieuwe grote acteertalenten. Met deze nieuwe samenstelling zijn wij met ongeremd enthousiasme doorgegaan en hebben ons met bloed, zweet en tranen op weten te werken naar dit moment.Ik weet niet naar welke hoogten mijn carriàre me nog zal leiden, maar ik weet wel dat ik nooit meer de zolder van mijn oma uit het oog zal verliezen.
Mart van Santen
Al sinds tijden heb ik geroepen dat ik iets met toneel wil doen. Veel grote plannen, weinig daden. De eerste jaren op de middelbare school ben ik niet verder gekomen dan kleine bijrollen en ‘achter-de-schermen-hulp’. Misschien heeft het ermee te maken dat door de zeven jaar die ik in zeeland heb gewoond ik mijzelf nooit echt op toneel gebied heb kunnen ontplooien. Want, zeg nou zelf, zo slecht was ik nou ook weer niet in de 3de groep lagere school als ‘spandoekophouder’. Nu heb ik me dan eindelijk in dit gezelschap na mijn eerste kennismaking bij het BG-lustrum een goed kunnen ontwikkelen tot onder andere alien, pastoor die het stuk niet redde, kolonel en player Het is wel weer typisch dat ik in zulke rollen belandt, maargoed, ik voel me er wel in thuis. Wellicht heeft het iets te maken mijn afwezigheid die ik onder normale omstandigheden om me heen heb hangen. Tot zover.
Arjen Noordhof
Na 18 jaar in Dieren te hebben gewoond in een warm en gezellig gezin, kwam ik in m’n eentje in Amsterdam terecht of eigenlijk op een kamertje in een grote flat in Diemen. Langzamerhand vond ik m’n draai in Amsterdam, mede dankzij de gezelligheid en sociale banden bij de beta-gamma. Aan het eind van dat jaar koos ik psychologie, speelde mee in het stuk K-stilte en ging werken in de spoelkeuken van de MENSA. Na een jaar psychologie en nadat ik inmiddels verhuisd was naar een kamer op het Bijltjespad, vlakbij het scheepvaartmuseum, besloot ik om een jaar mijn studie stop te zetten om naar Chili te gaan. Eerst werkte ik drie maanden en vervolgens woonde ik een half jaar in een gastgezin in de stad Talca, waar ik vrijwilligerswerk deed in een bejaardenhuis. Ik heb toen ook nog twee maanden gereisd en veel gezien van Zuid-Amerika.
Hierna koos ik voor de studie klinische psychologie om therapeut te kunnen worden. In het afgelopen jaar liep ik hiervoor stage in Den Haag op een behandelafdeling voor mensen met stemmingsstoornissen -depressie of manisch-depressiviteit-, waar ik individuele behandeling en groepsbehandeling leerde doen. Ik leerde dit jaar ook mijn eerste grote liefde kennen, die me na een half jaar helaas verlaten heeft.Aansluitend op mijn stage kreeg ik een baantje voor 2 dagen per week op de afdeling stemmingsstoornissen. Op dit moment doe ik mijn afstudeeronderzoek naar controledwang en geheugen. Ik heb mijn hobbies nog niet genoemd. Ik houd van lezen, wandelen, natuur, filosofische gesprekken, liefde, vriendschap, religie, schaken, idealen, menselijke vergissingen, schrijven, dagdromen en toneel spelen.Achter dit alles gaat natuurlijk een complexe persoonlijkheid met diepe gedachten en hoogdravende emoties schuil, die zichzelf maar al te serieus neemt en ook wel weet dat mensen je interessanter vinden als je dat allemaal een beetje tussen de regels door laat blijken en aan het einde wat geheimzinnige toespelingen toevoegd, waardoor de lezer zich geobsedeerd afvraagd wat er allemaal wel niet achter zit.
Marieke Gerritsen
Net als eenieder die zich met toneel bezighoudt, heb ook ik een hele lijdensweg achter de rug. Lang geleden (zo’n 25 jaar) groeide ik op in de meest cultureel overschatte regio van Nederland, het Gooi. Aangezien drama ook voor kinderen onder de twaalf pedagogisch verantwoord wordt geacht, heb ik op mijn christelijke basisschool in de tweejaarlijkse kerstmusical act de presence gemaakt als respectievelijk een van de kinderen van Bethlehem, een van de Romeinse soldaten en een van de 25 wijzen uit het oosten. In mijn middelbare schoolperiode mocht ik schitteren in de “Grote Avond” als lid van de bende van Romeo en als Virillia, de wraakzuchtige amazone. Zelfs mijn poging om me in Amsterdam aan de menigte te ontworstelen en de ware roem te genieten resulteerde in ‘verstekeling op het schip van mozes’, ‘de zakenvrouw’, ‘de kleuterleidster’ en ‘de sex-in-the-city-personificatie’.Na de opsomming valt het me op hoe weinig van mijn vol overgave gespeelde rollen zelfs een echte personage naam hebben. Twee jaar geleden was het lot mij gunstig gezind en ontdekte ik in een ongeorganiseerde en totaal overhaaste repetitiecyclus mijn, toenertijd uit nood geboren ,andere aard; regisseren. In combinatie met een rolletje als slang gehangen in de appelboom in de tuin van eden voelde ik dat dit mijn werkelijke plaats was. Die appelboom was mijn toenmalige co-regisseur in spe (Tjerk Jan voor intimi).
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Aangezien het co-regisseurschap niet gecontinueerd kon worden vanwege wereldreizende plannen van mijn co, ben ik, bepakt met de opgedane ervaringen, voor deze productie weer terug gegaan naar mijn roots, het podium.
Zal al dat lijden dan toch een doel hebben gehad?“Ik ben er vast van overtuigd dat veel toneelstukken – en niet de slechtste – geschreven zijn om het publiek te ergeren” – Friedrich Durrenmatt
Laura van der Noort
Op 28 februari 1983 werd ik geboren in het altijd bruisende Zaandam. Hoewel ik op mijn derde al clown wilde worden, bleef mijn theaterleven de eerste 12 jaar van mijn leven beperkt tot het doen van toneelstukjes op het grasveld voor mijn huis, wanneer we geen zin hadden om te voetballen. In groep acht echter maakte ik mijn debuut op het toneel met een glansrol als kwakzalver in de musical “Het vreemde songfestival”.Eenmaal op de middelbare school heb ik geen schooltoneelvoorstelling meer voorbij laten gaan. Hoewel ik niet elk jaar toneel heb gespeeld: vaak speelde ik in plaats daarvan viool in het bijbehorende orkestje. Eén jaar heb ik dit zelfs allebei gedaan, heen en weer lopend tussen orkestje en toneel. In deze jaren heb ik een zeer gevarieerd repertoire gespeeld met rollen als zwerver, bediende, overbezorgde moeder en kille stiefmoeder.Na mijn middelbare school besloot ik in Amsterdam de Bèta-Gamma propedeuse te gaan doen, en daarna natuurkunde te gaan studeren. Het werd een bijzonder en erg leuk jaar, met de kanttekening dat ik dat gehele jaar op theatraal gebied niets gedaan hebt. Dit gemis werd me extra duidelijk toen ik tijdens het lustrum Toneelgroep Bètagamma een indrukwekkende bijbelbewerking zag spelen. Gelukkig werd mij niet veel later de mogelijkheid geboden zelf deel uit te maken van deze bijzondere toneelgroep. Uiteraard heb ik geen moment getwijfeld op dit eervolle aanbod in te gaan. Sinds de vorige prductie ben ik op een heel andere manier met toneel bezig geweest dan daarvoor. Ik had tot dan toe altijd bestaande stukken gespeeld, zodat het werken met improvisaties en het schrijven en bewerken van een stuk nieuw was.Ik hoop dat na de overweldigende ervaring van de vorige productie, ook deze weer iets zal worden om niet te vergeten.
Matthijs Sala
Laat er geen twijfel over bestaan: mijn gehele leven is een groot toneelstuk. De enige twijfel die er kan bestaan over mijn toneelspelen is een duidelijk geval van een kip-ei-probleem. Is mijn toneelspel ontsproten aan het toneelspelen of ben ik gaan toneelspelen om dat ik toneel speel? Een korte samenvatting van mijn leven als zoektocht naar het antwoord.Matthijs Sala wordt geboren in Amsterdam, 1982. Na enkele jaren op de basisschool gezeten te hebben wordt het startschot voor een toneelcarriere gegeven met het einde van deze periode. Er wordt in de eindmusical een rasechte amerikaan neergezet. Op de middelbare school wordt er in rap tempo meegedaan aan elke mogelijkheid om toneel te spelen. 2 keer per jaar is het raak. Midsummer Night Dream van Shakespear, Peer Gynt, en zovele andere stukken paseren de revue. Rollen worden gespeeld, applaus in ontvangst genomen. Tussen de bedrijven door speelt Matthijs verschillende rollen: de hardwerkende scholier, het irritante ventje, de luie scholier, de zingende dorpsgek, de extreem luie scholier, de discodanser. Rollen die hem goed af gaan en met een zekere glans en veel toneelervaring verlaat Matthijs dan ook de middelbare school. Sommige rollen blijven hangen andere niet. Nieuwe rollen doen zich aan: een als geboren Beta-Gamma, een rol die nog steeds is blijven hangen, en een als overijverig bestuurslid. Zangkunsten worden geexploiteerd, maar het gebrek aan structureel toneelspel zorgt ervoor dat er veel wordt toneelgespeeld in het dagelijks leven. Wanneer er op het lustrum van Beta Gamma toneelgespeeld wordt, wordt duidelijk waar de energie van Matthijs heen moet: Toneelgroep Beta Gamma krijgt er met Matthijs een onberekenbare factor bij. Met glans wordt er een lichtelijk depressieve autoverkoper neergezet, en Matthijs kan niet meer om zijn toneelverslaving heen. Het dagelijks leven krijgt meer structuur, er word weer begonnen met een oude en tevens studie (Beta Gamma). Matthijs helemaal gelukkig. Blijft de vraag over: Wat was er eerst? Het toneelspelen of het toneelspelen?
Sacha van Geffen